Moderne wet zou opsporing effectiever moeten maken

dinsdag 18 juli 2017

Nederland - De aard van criminaliteit verandert in onze gedigitaliseerde samenleving. Om ook in de toekomst effectief op te kunnen blijven sporen, heeft de politie baat bij moderne wettelijke regels. Daarom staat het korps positief tegenover de modernisering van het huidige Wetboek van Strafvordering (1921). De boeken 1 en 2 van deze wet zijn onlangs in concept gereedgekomen. De balans slaat voor de politie echter vooralsnog negatief uit: minder flexibiliteit en meer administratief werk.

Korpschef Erik Akerboom heeft de minister van Veiligheid en Justitie daarom op donderdag 6 juli gevraagd de wetsvoorstellen op onderdelen aan te passen. Hij gaf in zijn reactie aan dankbaar te zijn voor de kans om feedback te geven. Maar kijkend naar de ruim vierhonderd bepalingen in de concepten van Boek 1 en 2 van de nieuwe wet, valt de balans negatief uit. De nieuwe wet draagt nog onvoldoende bij aan het versterken van de opsporing en zadelt politiemedewerkers op met meer administratief werk. 

Het Wetboek van strafvordering is dé gereedschapskist bij uitstek voor de opsporing. Het biedt bevoegdheden, beschrijft processen en toont wie waarvoor verantwoordelijk is. Het behoeft echter geen toelichting dat een wet uit 1921 niet afdoende beschrijft welke bevoegdheden de politie heeft als het gaat om de huidige en toekomstige aanpak van cybercriminaliteit. De politie was dus een groot voorstander van de moderniseringsslag.

Hoewel het nieuwe Wetboek van strafvordering op onderdelen de opsporing effectiever maakt, zorgen andere onderdelen dat het politiewerk complexer en stroperiger wordt. De nieuwe regels gaan leiden tot meer administratieve lasten, wachttijden nemen toe en extra afstemmingsmomenten zullen naar verwachting het dagelijks werk in de opsporingspraktijk verder verzwaren, het risico op vormverzuimen vergroten en wettelijke termijnen onder druk zetten.

Verder zijn er zorgen over de toekomstbestendigheid van het voorgestelde wetboek. Er is onvoldoende diepgaand nagedacht over hoe de nieuwe regels passen bij de doorontwikkeling van de gedigitaliseerde samenleving, over hoe de overheid om denkt te gaan met groeiende hoeveelheden data en welke regels daarbij zouden moeten horen. 

Omdat de regels niet alleen gemoderniseerd, maar ook zijn uitgebreid en op onderdelen veel gedetailleerder zijn geworden, vereist de nieuwe wetgeving dat vrijwel alle politiemedewerkers bijgeschoold moeten worden.

De korpschef heeft benadrukt dat hij in het nieuwe wetsvoorstel bovenal een significante trendbreuk wil in de administratieve lasten van de opsporing. Verder zou het nieuwe wetboek vertrouwen moeten tonen in de professionaliteit en het vakmanschap van de opsporingsambtenaar. Daarom moet het meer bevoegdheden toekennen aan – of laten liggen bij – de hulpofficier van justitie

De politie wil daarnaast voldoende handvatten om straks soepel in te kunnen spelen op nieuwe technologische en maatschappelijke ontwikkelingen. Flexibele, en minder gedetailleerde, wetgeving draagt hieraan bij. De korpschef is daarom voorstander van het werken met experimenteerwetgeving zodat nut en noodzaak bewezen kunnen worden in de praktijk voordat zaken definitief in de wet worden opgenomen.

De reactie van de politie bestond niet alleen uit het leveren van kritiek. In de afgelopen anderhalf jaar hebben zeker honderdvijftig operationeel specialisten uit allerlei disciplines binnen de politie de concepten beoordeeld en meegedacht over oplossingen. Mede met behulp van hun input zijn de vierhonderd bepalingen die nu in Boek 1 en 2 van het wetsvoorstel staan, voorzien van ruim honderd concrete verandersuggesties. Het korps heeft aangegeven dat het graag ziet dat het wetsvoorstel op basis daarvan wordt bijgesteld.

bron: politie.nl | Categorie: verkeersdelict


2017 - StraatInfo.nl
Misdaad in Nederland | 112 alarmeringen Nederland | Goedkoop Tanken in Nederland | Supermarkten in Nederland | Weerbericht Nederland